Verdrag van Versailles
Het Verdrag van Versailles en de gevolgen na 1920
 
 

Clemenceau, president Wilson en Lloyd George stelden Verdrag van Versailles op voor de Weimarrepubliek met het doel Duitsland te vernietigen.


  1. 1.De voorgeschiedenis
  2. 2.De conferentie van Versailles

  3. 3.De gevolgen & Huis Doorn te Doorn

  4. 4.Herstelbetalingen in geld, goud en deviezen

  5. 5.DAWES-Plan en YOUNG-Plan

  6. 6.Bankroet van de Weimar-republiek.


1. De voorgeschiedenis

Het Duitse drama na de Eerst Wereldoorlog begon met het vredesaanbod dat de US-president Wilson aan de Duitsers deed en waarmee zij akkoord gingen. De overwinnaars negeerden later dit akkoord waarop de wapenstilstand gebaseerd was. Wilson’s vredesaanbod - de zgn 14 punten - eindigde met de stelling:


“ We zijn niet afgunstig op Duitslands omvang, het is niet aan bod dat het kleiner wordt..... Wij wensen Duitsland geen schade toe te brengen of op één of andere manier haar rechtmatige invloeden of haar macht in te perken. Wij wensen alleen dat Duitsland een plaats van gelijkberechtigde onder de volkeren inneemt in plaats van deze te overheersen.”


Na het US-aanbod volgden nog 5 brieven van Amerikaanse en Duitse zijde waarin men zich van beide kanten verzekerde dat men zich aan die 14 punten zou houden. De enige afscheiding van Duits bezet gebied waarover al overeenstemming was bereikt, was Elzas Lotharingen, wat weer terug ging naar Frankrijk. Met de belofte      “ Wij wensen Duitsland geen schade toe te brengen of op één of andere manier haar rechtmatige invloeden of haar macht in te perken. Wij wensen alleen dat Duitsland een plaats van gelijkberechtigde onder de volkeren inneemt “ legde Duitsland haar wapens neer en begint haar troepen terug te trekken.


2. De conferentie van Versailles

Het kwam tot een wapenstilstand en een conferentie van Versailles, die op een fatale manier geschiedenis zou schrijven. De conferentie werd niet meer geleid door US-president Woodrow Wilson, die met zijn 14 punten de Duitse en Oostenrijks - Hongaarse zijde verleid had haar troepen van de fronten terug te trekken en naar huis te sturen.

De conferentie werd nu geleid door de Franse minister-president Georges Clemenceau. Clemenceau erkende de 14 Wilson-punten niet meer, behalve de punten die de rechten van Duitsland na de oorlog zouden beperken. En liet tevens de Duitse conferentie-delegatie niet tot de onderhandelingen toe. Zo verhandelen Britten, Fransen, Amerikanen, Belgen, Polen en 22 andere staten aan de kant van de overwinnaars, in besloten kring, onder elkaar. Zij namen besluiten over afscheiding van Duitse gebieden en herstelbetalingen die Duitsland aan hun moesten afdragen. Zij legden die vast in een naar Versailles genoemde ordening van Europa die alleen ten laste zal gaan van de verliezers.


Op 7 mei 1919 werden de vastgelegde voorwaarden van de  27 overwinnaars voor het eerst de Duitse delegatie voorgelegd. Clemenceau overhandigde deze met de woorden: “ Het uur van de afrekening is aangebroken “. Het verzoek van de Duitsers, om eerst hierover te onderhandelen voordat het ondertekend zal worden, werd van de hand gewezen. Om de omvang van hun eisen de schijn van berechting te geven verhieven de overwinnaars zich er toe om aan Duitsland en haar bondgenoten de alleenschuld van de Eerste Wereldoorlog toe te schuiven. Het verdrag verlangde van Duitsland een groot aantal land- en bevolkingsafscheidingen: Daarbij behoorden de voor 88 % Duitstalige Elzas Lotharingen aan Frankrijk, de provincies Posen, het bijna gehele voor 70 % Duitstalige West Pruisen en het Opper-Silezische industriegebied aan Polen, het Memelland aan de Volkenbond, het Hultschiner landje aan Tsjecho-Slowakije, het gebied rond de 2 steden Eupen en Malmedy aan België en Danzig met omgeving als vrij-staat onder de hoede van de Volkenbond. Het verdrag stelde het Saargebied voor 15 jaar onder Frans bestuur. En verbood bovendien de aansluiting van “Rest-Oostenrijk” aan Duitsland zoals de nieuwe Weense Nationalversammlung (parlement) meteen na de oorlog geëist had. De gedwongen bevolkingsafscheidingen deden meer pijn dan het verlies van land. De afscheiding van 7 miljoen mensen uit het Duitse rijk en de grenzen van nieuwe staten scheidden miljoenen families van elkaar voor onbepaalde duur. Met het verdrag verloor Duitsland zijn koloniën, voornamelijk aan Engeland. De strijdkrachten werden gereduceerd tot 100.000 man in het leger en 15.000 voor de marine. Het Duitse rijk moest het grootste deel van de handelsvloot en de goudreserves aan de overwinnaars afgeven, daarbij een groot deel van haar ijzererts- en steenkoolwinning, grote hoeveelheden vee en landbouwwerktuigen, 150.000 spoorwagons en vele duizenden locomotieven en vrachtauto’s. Het totale private buitenlandse vermogen, ontelbare industriële patenten, productiemiddelen werden in beslag genomen. De herstelbetalingen waren exorbitant en over 70 jaar af te dragen. Duitsland zou deze, zoals later bleek, niet volledig kunnen betalen.


3. De gevolgen & Huis Doorn

De gevolgen waren onder andere dat de Duitse Keizer Wilhelm II van het politieke toneel verdween en kreeg politiek asiel in Nederland. Dit politieke asiel werd verleend door de toenmalige koningin Wilhelmina. Nederland heeft de keizer derhalve niet uitgeleverd aan de geallieerden voor een “berechting”. De Keizer verbleef de rest van zijn leven in Huis Doorn te Doorn en stierf aldaar in 1942. Huis Doorn is nog steeds te bezichtigen en vormt een mooi en leerzaan museum (noot van de vertaler)


De onmiddellijke gevolgen waren de uitwijzing of de vlucht van meer dan één miljoen Duitsers uit hun woongebieden naar het nieuw gevormde Duitse “kernland” wat voor die tijd noch arbeidsplaatsen, noch woonruimte, noch sociale hulp voor de verdrevenen in de benodigde hoeveelheden kon bieden. Meer dan 20 jaar lang hebben de vele miljoenen Duitsers, die besloten hadden hun oorspronkelijke woongebied niet te verlaten, aan een nieuwe staat toebehoord. Daar hadden zij niet om hadden gevraagd. Een mengeling van onvriendelijkheid, discriminatie, ontzegging van rechten, vervolgingen moesten laten welgevallen. Deze 20 jaar (1919 tot 1939) lieten het niet toe dat men deze beproevingen zomaar kon vergeten. Zo’n diepe ellende gaat je niet in de koude kleren zitten. Wanneer na 1934 de economische positie van Duitsland weer duidelijk beter werd, vonden de meeste verdrevenen weer werk, loon en woonruimte. Tussen 1935 en ‘38 werden eerst het Saargebied - vervolgens  Sudetenland en daarna het Memelland weer bij Duitsland gevoegd. Daarmee keerden meer dan 3 miljoen Duitser weer “heims im Reich”, zoals de Duitsers dat uitdrukten. Juist deze mensen, die zojuist van vreemde overheersing bevrijd waren, zaten zeker niet op een nieuwe nederlaag te wachten waardoor ze opnieuw onder de overheersing van vreemde naties zouden vallen. Voor hen - merendeels Duitsers - was de nieuwe start van de oorlog in 1939 slechts de consequente voorzetting van een Buitenlandse politiek, die hun zelf de bevrijding van overheersing door vreemden had geschonken. Het betrof hier de oorlog tegen Polen om Danzig, de verkeerswegen naar het afgescheiden Oost Pruisen en de garantie van de mensenrechten van de in Polen wonende “Volksduitsers“.


De Eerste Wereldoorlog was bijna voor alle strijdende partijen een financiële aderlating geweest. De Duitsers hadden hun oorlogsuitgaven met belastingen en staatsleningen zelf gefinancierd. De Britten en Fransen hadden hun benodigde geldmiddelen  grotendeels bij banken in Amerika geleend. De oorlogskosten van de USA daarentegen waren door de latere deelname aan de oorlog relatief gering gebleven. Zo probeerden de regeringen van Engeland en Frankrijk hun oorlogsschulden en oorlogslasten na 1919 op het overwonnen Duitsland te verhalen.


4. Herstelbetalingen in geld, goud en deviezen.

Als zekerheidstelling moest Duitsland eerst in 1919, voor de nog niet vastgestelde reparaties, bij buitenlandse banken een schuldbekentenis van meer dan 100 miljard Goudmark ondertekenen met een rente van 5 % gerekend vanaf het moment van ondertekening. (dat is al een jaarlijkse last van 5 miljard) Ter vergelijking : Frankrijk kwam er voor de oorlog van 1870-71, die zij zelf verklaard en verloren had, met een reparatiebedrag van 5 miljard Goud-Frank van af. Dat is ongeveer 4 miljard Goud Mark. Maar nu eisten de geallieerde overwinnaars jaarlijks een bijdrage van ongeveer gelijke hoogte, naast de overige aflossingen.


In januari 1921 legden de overwinnaars de totale hoogte van de herstelbetalingen vast voor de komende 42 jaar, en wel 331 Miljard Goud-Mark. Nog 2 getallen ter vergelijking: De kosten van de gehele Eerste Wereldoorlog voor Duitsland bedroeg half zoveel nl 163 miljard Goud-Mark. En het overwonnen Rusland hoefde bij de Vrede van Brest-Litowsk  in 1918 geheel geen herstelbetalingen te doen aan de overwinnaars Duitsland en Oostenrijk - Hongarije. Ook in het buitenland zag men in hoe buitensporig de vorderingen van het Versailles-verdrag  waren. Voeg daarbij 3 commentaren van de overwinnaars: De toenmalige minister-president van Italië Nitti: “Nog nooit is serieuze en duurzame vrede gebaseerd op het leegplunderen, treiteren en ruïneren  van een overwonnen volk”. De Amerikaanse staatssecretaris van Buitenlandse zaken Lansing, nog tijdens de Versailles-vergadering : “De vredesvoorwaarden zijn onnoemelijk hard en vernederend, terwijl velen daarvan niet vervulbaar zijn”. En Churchill in zijn memoires: “ De economische bedoelingen van het verdrag waren zo boosaardig van opzet en dwaas, dat ze klaarblijkelijk iedere werking verloor. Duitsland werd ertoe veroordeeld om onzinnig hoge herstelbetalingen op te brengen.” Doch deze juiste en latere inzichten leidden er niet toe om naar Duitsland ook maar één enkele brug te slaan. (oktober 2010 werd de laatste betaling voldaan).


De jonge republiek had buiten de herstelbetalingen ook nog eigen binnenlandse oorlogsleningen terug te betalen, ondersteuning voor oorlogsslachtoffers op te brengen, de schadeloosstelling voor de in Elzas Lotharingen verloren zakelijke waarde te dragen, en bovendien de bezettingskosten van de geallieerden te betalen. Zo kwam het dat het Duitse rijk de termijn van de 2-de maand al niet meer volledig betalen kon. Als straf- en represaillemaatregel werden daarop voor de eerste keer

een deel van het Roergebied - de steden Duisburg, Düsseldorf en Ruhrort bezet.


In mei 1921 legden de overwinnaars een “ definitief reparatieplan” vast, wat in ieder geval niet lang “definitief” blijft.

De nieuwe schuld bedroeg nu nog 132 Miljard Goud Mark plus 26 % afdracht van alle Duitse export, wat jaarlijks bij de 2 - 3 miljard lag. Ook in 1922 kon de Weimar-republiek die schulden niet meer betalen. Toen tegen het einde van 1922 nog 1,6 % van het jaartermijn ontbrak marcheerden Belgische en Franse troepen een 2-de keer het Roergebied binnen en bezetten Oberhausen en Essen. De rijksregering riep daaropvolgend op tot een “passief verzet” tegen de bezettingstroepen. Dit leidde tot het doodschieten van 14 Duitse arbeiders en de verdrijving van 80.000 mannen uit het Roergebied. Zij verloren daarmee hun thuis en inkomen. Frankrijk verhinderde bovendien de levering van steenkool van het Roergebied aan de nog niet bezette delen van Duitsland. Omdat de Weimar-republiek  de steenkoolwinning van het Saargebied aan de Fransen en die van Opper-Silezië aan Polen moest afstaan veroorzaakte dit kolenembargo een totale instorting van de Duitse energievoorziening. Daarop volgde het instorten van de industrieproductie en kort daarop de viel van de waarde van de Rijksmark. Het kwam tot een zodanige inflatie dat 4 miljard Rijksmark nog een waarde kreeg van 1 US Dollar. Er ontstond een grote werkeloosheid en een verval van een groot deel van het Duitse volk.


5. Het DAWES-Plan en het YOUNG-Plan

In 1924 volgde er weer een nieuw betalingsplan van de geallieerden, het DAWES-Plan, dat wederom geen plafond voor de Duitse betalingsverplichtingen noemde, maar lagere jaarlijkse betalingstermijn inhield. Duitsland, voorzover het niet in staat was te betalen, leende het geld bij US-banken en betaalde de herstelbetalingen 5 jaar lang met nieuwe schulden. In 1930 werd het DAWES-Plan door een YOUNG-Plan afgelost die de “definitieve” hoogte van de herstelbetalingen vastlegde en de betalingsduur in 1988 zou laten eindigen. Maar ook de YOUNG-termijnen moest de Weimar-republiek met de US-banken financieren. De rest van de DAWES- en YOUNG-leningen betaalde de Bondsrepubliek Duitsland tot het jaar 2010 af bij de US-banken.


6. Bankroet van de Weimar-republiek.

In 1930 begon de wereldcrisis in Noord Amerika. De US-Banken - nu zelf in moeilijkheden - verlangden van de Duitse banken alle kortlopende kredieten van de laatste jaren direct terug te betalen. In de zomer van 1931 moesten bijna alle banken in Duitsland zich bankroet melden. Er volgt een tijd van zware depressie in Duitsland, met 6 miljoen werkelozen. Een poging van de Rijksregering Brüning  om met noodverordeningen de Weimar-republiek economisch te redden kwam aan het parlement voorbij. Dit was de bankroet van de Weimar-republiek.


Vrede van Versailles

 
interbellumaanloop_WO2.html
 
xGerd_Schultze_Rhonhof.html
xQuiz_WO2.html
xVoorgeschiedenis_WO2.html
xSamenvatting.html
xRelatie_GB-D.html
xRelatie_F-D.html
xMarokko_geschiedenis.html
xBagdad-spoorweg.html
xSarajevo_1914.html
dictaat van versailles
xSaargebied.html
xRijnland.html
xAnschluss_Oostenrijk.html
xSudetenland.html
xTsjechie.html
xMemelland.html
xEconomie_interbellum.html
xherbewapening.html
xMinderheden_Polen_interbellum.html
xPolitiek_Polen_interbellum.html
xRelatie_Polen_Duitsland.html
xDanzig_1939.html
xHitler-Stalin-pakt.html
x1_september_1939.html
xPlan_Hitler_1939.html
xRoosevelt.html
xYouTube.html
xLinks_en_verwijzingen.html
xContact.html