München 1938
Sudetenland &

de Anschluss 1938

 
 

Na het Akkoord van München 1938 volgde de Anschluss van Sudetenland bij Duitsland omdat president Benes een schrikbewind voerde tegen de minderheden w.o. de Sudeten Duitsers. De Runcimanmissie bevestigde dit. De staat Tsjecho-Slowakije was vooral een uitvinding van de Engelsen tijdens het overleg inzake het Verdrag van Versailles. In de moderne geschiedenis is deze staat reeds 2 maal uiteen gevallen.


  1. 1.
    De Duitsers in Tsjecho-Slowakije
  2. 2. Tsjecho-Slowaakse minderheden politiek.

  3. 3. Het Sudetenduitse vraagstuk

  4. 4. De Runciman-missie

  5. 5. Bemiddelingspogingen van Chamberlain

  6. 6. Op weg naar het Akkoord van München 1938


1. De Duitsers in Tsjecho-Slowakije

De naam Sudetenduitsers is afgeleid van de naam van hun “woon- en leefgebied” ; de Sudeten, z
oals het gebergte rond de Bohemen en Mähren tot 1945 genoemd werden. Vanaf 1204 wierven Boheemse koningen Duitse landbouwers, handwerkers en kooplieden voor de bewoning en ontwikkelingshulp in hun land. Hierdoor werden de randgebieden van de Bohemen en Mähren en enige enclaves in hun land Duitstalig, en zou meer dan 700 jaar zo blijven. De Sudetenduitsers waren evenals de Tsjechen inwoners van het Habsburgse rijk. Zo was het vanzelfsprekend dat zij, na de nederlaag van het Habsburgse rijk, zich in de eerste instantie als Oostenrijkers voelden.
Op 29 oktober 1918, na de ondergang van de Habsburgse monarchie riepen de afgevaardigden van de Duitstalige kieskring Bohemen, Noord- Mähren en Oostenrijks Silezië de provincie “Duits Bohemen” uit en deelden het Weense parlement en US president Wilson mede dat de provincie een deel van Duits-Oostenrijk moest worden. Ondanks dit heldere standpunt belanden de Sudetenduitsers  eerst door het militaire geweld van de Tsjechen en daarna door de uitspraak van de geallieerde overwinnaars toch in de staat van de Tsjechen en Slowaken. In 1918 gebruikten de Tsjechische soldaten, die tot dan toe onderdanen van de Oostenrijks - Hongaarse keizer waren geweest ,  de ineenstorting van de Habsburgse legers en vormden het “Tsjechisch legioen” . Vervolgens veroverden zij de onbeschermde randgebieden Bohemen en Mähren en gingen daarmee tegen de wil in van de aldaar wonende Sudetenduitsers. In het Verdrag van St. Germain legden de geallieerde overwinnaars deze landveroveringen van de Tsjechen ten laste van Oostenrijk later vast.


2. Tsjecho-Slowaakse minderheden politiek.

Tsjecho-Slowakije was een kunststaat die in 1919 is ontstaan. De dubbelnaam verwijst slechts naar 2 volkeren, nl. de Tsjechen en de Slowaken. De naam versluiert echter dat de grootste bevolkingsgroepen de Tsjechen (6,7 miljoen) en de Sudetenduitsers (3,1 miljoen) waren. Het leven van de Sudetenduitsers in “hun” nieuwe staat werd al snel minder aangenaam. Het staatsapparaat, de politie en het leger werden overwegend Tsjechisch en vormden geen afspiegeling van de bevolkingssamenstelling. De economie, de scholen, en het bestuur van de steden en gemeenten, die tot dan toe volledig of overwegend door Duitsers werden bewoond, werden tegen de wil van de ingezeten bevolking en ook tegen de garanties van de Grondwet in met nadruk “getjsechificeerd”  354 basisscholen en 47 middelbare scholen moesten hun deuren sluiten. Ongeveer 40.000 Duitse ambtenaren werden uit hun dienst ontslagen. Duitse steden werden omgedoopt en kregen Tsjechische namen. Alle Duitse landaankopen vanaf het jaar 1620 werden onteigend en aan het Tsjechische bevolkingsdeel “teruggegeven”. De bedoelingen van de verdragen van St Germain en Tranon, die Tsjecho-Slowakije een bondsstaat moest vormen (model Zwitserland)  met gelijke rechten voor alle bevolkingsgroepen werden nooit werkelijkheid. In 1620 was de Protestante adel van Bohemen na een opstand tegen het keizershuis van Wenen in de “slag bij de Witte Bergen” vernietigend verslagen, en daarop aansluitend door het “ Praagse Strafgerecht” onteigend geworden. Het eigendom is toen der tijd overgegaan naar de Duitse katholieke adel. En nu, in 1920 (300 jaar later)  moest het nu ineens weer Tsjechisch eigendom worden.


3. Het Sudetenduitse vraagstuk

In de 20-er en 30-er jaren nam de verdrukking van de Sudetenduitsers door de hegemonie en roof door de Tsjechen in hun nieuwe staat gestadig toe. In 1933 lukte het een 35 jarige Sudetenduitser , genaamd Konrad Henlein,  de Duitstalige burgers van Tsjecho-Slowakije in een beweging bijeen te brengen die hij het “Sudetendeutsche Heimatfront” noemt.

Henlein erkende Tsjecho-Slowakije als de staat van de Sudetenduitsers, maar hij probeerde de cultuur, de “thuislandrechten”, de economische positie en de werkgelegenheid van de Duitse bevolking in hun nieuwe staat te behouden, en waar nodig: door te drukken. Uit het “Sudetendeutsche Heimatfront”  sproot al spoedig de Sudetendeutsche Partij voort, die al bij de mei-verkiezingen van 1935 de grootste partij van het land werd. De Sudetenduitsers en de Slowaken drongen nu aan op de in St Germain beloofde binnenlandse autonomie der naties in een veelvolkerenstaat in Tsjecho-Slowakije.


In februari 1937 probeerde Henlein een “Volkbeschermingswet” bij het Praagse Nationaal Parlement in te brengen. Die wetgeving eiste de autonomie voor de vele volkeren van deze staat. Er volgde een vergeefs gesprek tussen Henlein met ministerpresident Hacha over het vraagstuk inzake de Duitse zelfbeschikking. In oktober kwam het tijdens de verkiezingsstrijd voor de gemeenteraadsverkiezingen tot een openlijke confrontatie tussen Tsjechen en Sudetenduitsers. Konrad Henlein, die in die tijd nog steeds voor een toekomst van de Sudetenduitsers binnen Tsjecho-Slowakije streed, stuurde de Staatspresident Benes nu een formeel ultimatum, die een binnenlandse autonomie aankondigde. Benes vond het ultimatum van Henlein niet eens een antwoord waardig. Omdat Henlein zowel bij Hacha als Benes geen gehoor vond, richtte hij op 19 november 1937 een schriftelijk verzoek aan Hitler om de Duitse bevolking in Tsjecho-Slowakije te ondersteunen. Dat was zijn eerste hulpvraag aan het buitenland, de laatste stap voor een officiële verzoek om de Sudetenduitsers bij het Duitse rijk in te lijven.


Reeds op 5 november 1937 wijdde Hitler de top van de Wehrmacht voor de eerste keer in wat betreft zijn plan Tsjechië bij gelegenheid te veroveren en zoals voor 1918 bij het Duitse rijk in te lijven. Uit een verwijzing aan de Wehrmacht van 21 december 1937 kon men vernemen dat Hitler op dat moment nog geen snelle oplossing voorzag. Het heette daar; “ Ontwikkelt zich daar een politieke situatie die zich niet of te langzaam ten onze gunste keert, dan zal daarmee ook de inwerkingstelling van “Fall Grun” van onze kant nog jaren vooruitgeschoven moeten worden“.


“Grun” was voortaan de codenaam van de Wehrmacht voor Tsjecho-Slowakije. Hitler liet intern de verovering van Tsjecho-Slowakije voorbereiden en verlangde naar buiten toe en in het openbaar niet meer dan dat de regering in Praag “de Sudetenduitsers fatsoenlijk zou behandelen” . Op 21 april 1938 gaf Hitler het oppercommando van de Wehrmacht de opdracht zich met Tsjecho-Slowakije bezig te houden en de mogelijkheid van een aanval tegen hen als zgn. “Studie Grün” te onderzoeken.


In februari 1938 boden Hacha en Benes de Sudetenduitesers consessies wat betreft de uitoefening en erkenning van de Duitse taal en cultuur aan, doch verbonden dit aanbod met een scherpe afwijzing van alle eisen aangaande de autonomie binnen de staat Tsjecho-Slowakije.  De erkenning van de Duitse taal en cultuur was in ieder geval dat wat ook zonder dit “aanbod” al toegestaan was.  De Sudetenduitse bevolking was nu met culturele tegemoetkomingen niet meer te lijmen. De werkeloosheid  en materiële nood van de economisch benadeelde Duitsers in de eigen gebieden van de Tsjechische staat  verscherpten het conflict. Op 20 februari 1938 uitte Hitler zich voor de eerste keer in het openbaar inzake de bevrijding van de Duitsers in Tsjecho-Slowakije. Hij eiste tijdens een rede in de Rijksdag dat het door Amerika geproclameerde zelfbestemmingsrecht van volkeren ook moest gelden voor de Duitsers in Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije. In deze rede verlangde hij nog geen Anschluss. Hij goot nog geen olie op het vuur.


De DAILY MAIL becommentarieerde op 6 mei 1938 in een artikel:


“ De Duitsers zijn een zeer geduldig volk. Ik kan me geen ogenblik voorstellen dat Groot Brittanië 20 jaar lang had toegekeken terwijl drie en een half miljoen Britten onder de knoet van een door en door verafschuwd volk leefden, wat een vreemde taal spreekt en een compleet andere nationale wereldbeschouwing heeft. Voor zover ik mijn landgenoten ken waren die na enkele jaren tegen zo’n onderdrukking opgetreden.”


Vanaf 24 april ontwikkelde het Sudetenvraagstuk haar eigen dynamiek. Henlein kondigde op een partijdag van de SdP in Karlsbad een eisenpakket aan voor de Praagse regering. Hij eiste de volledige gelijkberechtiging van de Duitse bevolkingsgroep met de Tsjechen, een Duits zelfbeschikkingsrecht voor de Duitse aangelegenheden in het Sudetenland, rechtsbescherming voor de Duitsers en de volledige vrijheid van belijden van het volksdom en tot de Duitse wereldbeschouwing. Hij verlangde daarmee geen Anschluss  van het Sudetenland aan het Duitse Rijk. Vlak nadat het “Karlsbader Program” verkondigd was verlangden ook de Slowaken, de Polen en de Hongaren in Tsjecho-Slowakije dezelfde autonomie voor zichzelf. Engeland en Frankrijk drongen er bij de Tsjechische regering op aan om met de Sudetenduitsers te gaan onderhandelen. Maar Herlein ging hier nu niet meer op in. In mei 1938 werden bij overvallen 3 Sudetenduitsers gedood en 130 gewond, waarvan velen zwaar. Daarbij kwamen nog eens 40 overvallen met mishandelingen van Sudetenduitse burgers in Tsjecho-Slowakije.


4. De Runciman-missie

President Benes mobiliseerde het leger van Tsjecho-Slowakije op 20 mei, riep 180.000 reservisten onder de wapenen en beweerde dit te doen omdat Duitsland hiervoor ook gemobiliseerd had. Het Tsjechische ministerie van Defensie vulde aan met de bewering dat de Duitse Wehrmacht inmiddels met 8 tot 10 divisies richting Tsjecho-Slowakije liet marcheren. Doch beide nieuwsberichten waren onjuist. Benes had geprobeerd de Britten, Russen en Fransen door een list voor zich tegen Duitsland in te nemen. Op 8 augustus 1938 stuurde de Britse regering een commissie onder leiding van bijzonder-zaakgelastigde Runciman naar Praag om daar ter plaatse de Sudeets-Tsjechische geschillen te inventariseren, en zo nodig te bemiddelen. Lord Runciman ervoer al heel snel dat een vergelijk tussen de Tsjechen en Sudetenduitsers niet meer mogelijk is. Zijn rapportage van 21 september 1938 viel vernietigend uit voor de Tsjechen. Hij gaf Henlein zowaar de schuld van de laatste onderbreking van de gesprekken. Maar in het bericht van Runciman stond ook:


“Mijn indruk is dat het Tsjechische bestuur in het Sudetengebied, in de laatste 20 jaar actief onderdrukkend is en zeker  “terroristisch” is geweest. Ze heeft evenwel gebrek aan tact en begrip en zoveel kleinerende intolerantie en discriminatie aan de dag gelegd. Zodanig dat de ontevredenheid van de Duitse bevolking onvermijdelijk  zich tot een opstand moet ontwikkelen“ . “ Zelfs”... zo beklaagde Runciman  “ nu nog, tijdens mijn missie , heb ik bij de Tsjechische regering geen enkele bereidwilligheid gevonden om deze stand van zaken in afdoende mate verhelpen“.


Runciman sloot af met de aanbeveling de grensdistricten met de overwegend Duitse bevolking onmiddellijk van Tsjecho-Slowakije te scheiden en bij Duitsland te voegen.


De regeringen in Londen en Parijs waarschuwden nu de rijksregering in Berlijn weliswaar voor een gewelddadig optreden ten behoeve van de Sudetenduitsers. Doch beiden stelden intern vast dat zij niet tot oorlog voeren in staat waren, en derhalve zag Londen er van af een garantieverklaring voor Tsjecho-Slowakije af te geven.


5. Bemiddelingspogingen van Chamberlain

Chamberlain zag heel realistisch in dat de ontwikkelingen richting oorlog gingen, en de Britten tegen hun wil in naar de zijde van de Tsjechen gedwongen zouden worden. In deze positie probeerde hij te redden wat er te redden viel. Hij vroeg Hitler gezamenlijk naar een vreedzame oplossing voor de aanstaande problemen in Tsjecho-Slowakije te zoeken. Op 15 september zocht Chamberlain Hitler in Berchtesgaden op. Hitler vroeg niet meer en niet minder dan voor grensgebieden en de omstreden gebieden waar een Duitse meerderheid woonde een referendum te organiseren. De Duitse kanselier kondigde aan dat hij de problemen van de Sudetenduitsers, “so oder so“, zou oplossen.  Chamberlain begreep de dreiging uit deze woorden : “so oder so” , zoals Hitler het op zijn manier uitdrukte. Het is OF bijsturen van de Tsjechen OF invasie door de Duitse Wehrmacht. Chamberlain beloofde Hitler het probleem van het zelfbeschikkingsrecht voor de Sudetenduitsers met zijn kabinet in Londen te bespreken en daarna spoedig voor een tweede gesprek naar Duitsland terug te komen.


Chamberlain, die zonder mandaad van de Tsjechen onderhandelde, kon hun instemming tot Henleins en Hitlers eis voor een Anschluss niet verkrijgen. Hitler zegde in ieder geval aan Chamberlain toe dat de Wehrmacht niet zal  oprukken zolang de Duits-Engelse gesprekken duren. Op 19 september eisten de Engelse en Franse regeringen van de Tsjechische om zelf en op eigen besluit , met of zonder referendum, de gebieden met meer dan 50 % Sudetenduitse bevolking aan het Duitse rijk over te dragen. Op 20 september 20.00 uur bracht de Tsjechische minister van Buitenlandse zaken Krofta de ambassadeurs van Engeland en Frankrijk het Praagse antwoord over : De Regering van Tsjecho-Slowakije ziet er van af om de Sudetenlanden af te staan. Maar 2 uur later zwichtte minister-president  Hacha  en liet aan Parijs en Londen weten dat de Tsjecho-Slowaakse regering in geval van oorlog zonder Britse steun tot toegeven bereid is. Het antwoord uit Parijs volgde op de voet, en luidde: “Indien de Tsjecho-Slowaakse regering het Frans-Britse voorstel afwijst neemt zij zelf de verantwoordelijkheid dat daardoor Duitsland hierop zal besluiten om naar de wapens te grijpen”. Het antwoord uit Londen was niet minder helder. Engeland en Frankrijk zagen er vanaf de Tsjechen, in geval van een Duitse aanval, bij te staan. Op 21 september om 17.00 uur overhandigde de Tsjecho-Slowaakse minister van Buitenlandse zaken Krofta de amabassadeurs van Engeland en Frankrijk de uiteindelijke beslissing van zijn regering. Het Engelse en Franse plan om de door in meerderheid door Sudetenduitsers bewoonde gebieden af te scheiden werd “met een gevoel van pijn” geaccepteerd. De weg voor verdere gesprekken tussen Chamberlain en Hitler was nu vrij. Deze weinig formele akte van accepteren werd in de geschiedschrijving soms als de “Praagse overdracht van 21 september 1938” betiteld, die inderdaad de eigenlijke volkenrechterlijke akte bij de wisseling van de Sudetenlanden van de Tsjecho-Slowaakse soevereiniteit naar de Duitse soevereiniteit is. Daarmee had de strijd om het Sudetenvraagstuk eigenlijk beëindigd  kunnen worden. Maar het liep anders.


Ook de Tsjechische staatspresident Benes zocht nog naar een oplossing, maar dan op zijn manier. Hij sloeg de Franse president Daladier voor om Boheemse landdelen met 800-900.000 Sudetenduitsers aan Duitsland af te staan en daarbij 1,5 tot 2 miljoen Sudetenduitsers uit Tsjecho-Slowakije naar Duitsland te verdrijven. Toen Benes voor dit “uittrapplan” geen enkel begrip ondervond vroeg hij op 19 september aan Moskou of Rusland hem in een oorlog tegen Duitsland bij wilde staan. Doch ook dit plan slaagde niet. De Polen en Roemenen verleenden de Sovjets geen vrije doorgang voor het Rode Leger naar Tsjecho-Slowakije.


6. Op weg naar het Akkoord van München 1938

Op 22 september troffen Chamberlain en Hitler zich een tweede maal, deze keer in Bad Godesberg bij Bonn. Minister-president Chamberlain berichtte Hitler over de met druk en moeite bereikte acceptatie van het Frans-Engelse plan door de Tsjecho-Slowaakse regering. Hij rekende nu op Hitlers dankbaarheid, doch die kwam nu tot zijn verbazing met 2 nieuwe eisen. Hij verlangde dezelfde regeling voor de Hongaarse en Poolse minderheden, evenals de onmiddellijke bezetting van de in meerderheid door Sudetenduitse gebieden door de Wehrmacht binnen slechts 4 dagen. De conferentie dreigde te mislukken door deze aanvullende eisen van Hitler. Dat de 2-de eis van de Duitse kanselier niet onberekend was bewees zich nog tijdens de onderhandelingen. In Praag wisselde de regering en op de 2-de conferentiedag om 22.30 uur kondigde de nieuwe Tsjecho-Slowaakse regering de algehele mobilisatie af en riep 1,5 miljoen soldaten onder de wapenen. Chamberlain probeerde Hitler deze mobilisatie als een defensieve maatregel uit te leggen, doch de naïefste moest nu toch beseffen dat de Tsjechen het Frans-Engelse plan niet meer accepteerden.


In de volgende dagen stond Europa op de rand van een nieuwe oorlog. De Duitse Wehrmacht was met 7 divisies opgemarcheerd. De Tsjechische regering wees het verzoek van Hitler af inzake het organiseren van de referendum, en bracht haar leger met reservisten op 43 divisies. Hitler stond er op dat de Tsjechische regering zijn eisen van Bad Godesberg voor 28 september accepteerde. Want anders - zo was zijn dreiging - zou de Wehrmacht het Sudetengebied op 1 oktober met geweld bezetten.


Dankzij de bemiddeling van de Italiaanse Minister-president Mussolini kwam het op 29 en 30 september toch nog tot een oplossing. Hitler nodigde de staatschefs en regeringsleiders uit Rome, Parijs en Londen uit naar München te komen. De Praagse regering werd vanuit Londen geïnformeerd, maar niet door Hitler uitgenodigd. De “Fuhrer” wilde met een regering die de Sudetenduitsers geen vrijheid wil geven niet onderhandelen. Er volgde een harde worsteling van twee dagen. Op 30 september, vroeg in de morgen werd het verdrag geformuleerd en ondertekend. De wezenlijke punten werden naar het conferentieoord genoemd nl. “Akkoord van München 1938” en hielden o.a. in:


De ruiming van de overwegend door Duitsers bewoonde Sudetengebieden begint op 1 oktober en is op 10 oktober afgerond. 

Een internationale commissie onder Tsjechische deelname bepaalt de aanvullende gebieden die hier later aan worden toegevoegd middels een referendum.

Een optierecht voor Tsjechen en Sudeten om binnen een termijn van 6 maanden alsnog van bevolkingsgroep te verwisselen


Dit Akkoord van München 1938 werd door de vier machten de Tsjechen voorgelegd met de dringende aanbeveling hiermee onverkort akkoord te gaan. Op 10 oktober 1938 werden de Sudetengebieden met ca. 3 miljoen Duitsers bij het rijk aangesloten. Daarmee was de wil van de kiezers, het zelfbestemmingsrecht van de burgers van 1918 en de uitgeroepen “Provincie Duits-Bohemen” met 20 jaar vertraging toch nog ingelost.


De precieze betekenis van het “Akkoord van München 1938”  is de moeite waard om het nader te bestuderen. De tekst luidt: “Duitsland, het Verenigde Koninkrijk, Frankrijk en Italië zijn, over de in aanmerking genomen schikkingen, inzake de afscheiding van Sudetenduitse gebieden, reeds in principe bedoelde uitkomsten over volgende voorwaarden en modaliteiten over deze afscheiding............ overeengekomen.”


Hiermee drukten de vier ondertekenaars uit dat de afscheiding niet in München, maar in principe al daarvoor is besloten. De formulering:  “aanmerking genomen schikkingen........reeds in principe bedoelde uitkomsten “ heeft uitdrukkelijk betrekking op  de “Praagse overdracht van 21 september 1938”. Die overdracht is zowaar onder massieve Duitse druk tot stand gekomen, maar dan nog niet tussen Duitsland en Tsjecho-Slowakije overeengekomen.

En dat had zijn voorgeschiedenis die in punt 2  van de schikkingen herkenbaar wordt. Punt 2 luidt: “ Het Verenigde Koninkrijk, Frankrijk en Italië komen overeen dat de ruiming van het gebied tot 10 oktober voltooid wordt. Hier is Duitsland niet vermeld, en dat had zijn reden. Alleen de 3 overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog kwamen de ruiming van Sudetenland  met Tsjecho-Slowakije overeen omdat alleen zij het zijn die de Tsjechen de Duitse gebieden konden ontzeggen, die zij hun in November 1918 onder valse voorwendselen hadden toegezegd. Benes had de overwinnaars in Parijs onjuiste informatie over het Duitse bevolkingsaandeel  en vestigingsgebieden voorgelegd, en aan hun beloofd de nationale minderheden naar het model van Zwitserland aan hun nieuwe staat te laten deelnemen. Met punt 2 van de beschikking corrigeerden de overwinnaars van 1918 één van hun in Sint Germain gemaakte fouten.


Het akkoord van München werd na de Tweede Wereldoorlog geannuleerd en dat diende om de Tsjechen en de geallieerde overwinnaars de verdrijving van de Sudetenduitsers uit hun leefgebied te rechtvaardigen, evenals voor het onderbouwen van betreffende dekreet van minister-president Benes. Het akkoord werd naderhand anders uitgelegd en als oorzaak van de verdrijving en van het dekreet omschreven. Doch het akkoord van München was in eerste instantie niet de oorzaak van de misdrijven van de Tsjechen tegen de Duitsers in het jaar 1945, maar het gevolg van de tot 1938 de vele woordbreuken, discriminatie, verdwijningen en misdrijven door de Tsjechen tegen “hun” Duitsers sinds 1918. Mussolini, Daladier en Chamberlain plaatsten hun handtekeningen in München niet alleen om oorlogsgevaar uit te bannen. Zij ondertekenden dit akkoord over de hoofden van de Tsjechen heen omdat zij heel goed wisten dat de Tsjechen zich het gebied van de Sudetenduitsers in 1918 zonder enige rechtstitel met gewapend geweld toegeëigend hadden. Zij hadden moeten weten dat de Tsjechen en de Slowaken aan de Duitsers en Hongaren de minderheidsrechten, zoals in die in Sint Germain beloofde grondwet van 1920 zou worden vastgelegd, nooit volledig gegeven hebben.


x




 
Aanloop
WO2aanloop_WO2.html
 
Gerd Schultze RhonhofGerd_Schultze_Rhonhof.html
QuizQuiz_WO2.html
Voor-geschiedenisVoorgeschiedenis_WO2.html
SamenvattingSamenvatting.html
Rel. Duitsland
Gr.Brit.Relatie_GB-D.html
Rel. Duitsland
FrankrijkRelatie_F-D.html
Marokko crisisMarokko_geschiedenis.html
Bagdag SpoorlijnBagdad-spoorweg.html
Sarajevo 1914Sarajevo_1914.html
Verdrag van VersaillesVersailles.html
SaargebiedSaargebied.html
RijnlandRijnland.html
Anschluss OostenrijkAnschluss_Oostenrijk.html
Sudetenland
TsjechiëTsjechie.html
MemellandMemelland.html
Economie interbellumEconomie_interbellum.html
Her-bewapeningherbewapening.html
Minderheden PolenMinderheden_Polen_interbellum.html
Politiek PolenPolitiek_Polen_interbellum.html
Rel. Duitsland Polen ’18-’39Relatie_Polen_Duitsland.html
DanzigDanzig_1939.html
Hitler-Stalin PaktHitler-Stalin-pakt.html
1 september 19391_september_1939.html
Plan Hitler
1939Plan_Hitler_1939.html
Hitler of RooseveltRoosevelt.html
VideoYouTube.html
Links & VerwijzingenLinks_en_verwijzingen.html
ContactContact.html