Marokko crises

Marokko geschiedenis

 
 

Marokko crisis van 1904 en 1911, toen de Panther, een kustwachter van de Duitse marine in Agadir aanmeerde telde het Akte van Madrid 1880 voor Engeland niet meer.


  1. 1.Duits - Franse concurrentie in Marokko
  2. 2.De eerste Marokko-crisis

  3. 3.De Tweede Marokko-crisis en de Panther-sprong naar Agadir.

  4. 4.Duitsland trekt conclusie


1. Duits - Franse concurrentie in Marokko

De heldere positie van Engeland aan de zijde van Frankrijk werd duidelijk in 1904 en 1911 bij de zogenaamde twee Marokko-crises. In beide gevallen ging het er om dat Parijs probeerde haar invloed in Marokko uit te breiden en dat ze daarbij het Verdrag van Madrid van 1880 schond. Daarin waren de soevereiniteitsrechten van de Sultan van Marokko en de Duitse handelsrechten vastgelegd.


2. De eerste Marokko-crisis

De eerste van beide crises ontstond toen in 1904 een Frans-Engels geheim verdrag uitlekte waarin de Britten aan de Fransen als enige “ de vreedzame doordringing van Marokko” toevertrouwden. Parijs gaf daarvoor Londen “de vrije hand in Egypte”  en 30 jaren handelsvrijheid in Marokko. De Duitse Rijksregering ging er toen van uit dat zij de aan haar in Madrid vastgelegde handelsrechten en de soevereiniteitsrechten van de sultan niet meer in stand zouden blijven. Keizer Wilhelm II, die in 1905 met zijn jacht op de Middellandse Zee op reis was, liep volgens afspraak met zijn rijksregering de haven van Tanger binnen en verlangde daar demonstratief  het eerbiedigen van het Verdrag van Madrid.


De in Marokko geïnteresseerde machten legden daaropvolgend in 1906 het conflict bij in de Zuid-Spaanse stad Algeciras. Na de Akte van Algeciras mocht Frankrijk Marokko voortaan “vreedzaam doordringen” en Duitsland kreeg een “open deur” voor haar handelsrechten in Marokko.


3. De Tweede Marokko-crisis en de Panther-sprong naar Agadir.

De Tweede Marokko-crisis van 1911 - drie jaar voor de Eerste Wereldoorlog - ging als de “Panther-sprong” de geschiedenis in. Het voorval toonde dat Groot Brittanië toen al bereid was om een kleinigheid met Duitsland in oorlog te treden. In 1911 nam Parijs een tweede aanloop, binnen enkele jaren, om Marokko bij haar koloniale rijk in te lijven. Het ministerie van Buitenlandse zaken in Berlijn had angst de Duitse handelsrechten en de bergbouwrechten in Marokko te verliezen. Ze stuurde een Duits patrouillevaartuig, genaamd Panther, naar de haven van Agadir, wat buiten de bezettingszone van de Fransen lag. Dit als waarschuwing door aldaar te Duitse vlag te vertonen voor de Duitse belangen. De Panther was een klein schip voor meerdere doeleinden geschikt. Denk daarbij aan rivier- en kustwachtpatrouille in de Duitse koloniën. Het schip was in die tijd aan revisie toe en derhalve op de terugweg van West-Afrika naar een werf in Duitsland. Het maakte koers naar Casablanca om daar voor de voortzetting van de vaart kolen te bunkeren, maar werd voor dit doel omgeleid. Zo legde de Panther bijna zonder brandstof en rijp voor de revisie op 1 juli in 1911 in de haven van Agadir aan. De Britse regering daagde de Duitsers uit om stelling te nemen, maar voordat zij daarop konden ingaan had ze zelf al haar positie gekozen. Een deel van de Royal Navy werd gemobiliseerd, de kolen voorraad voor de marine werd volledig aangevuld op alle schepen, en de premier Lloyd George verklaarde op 21 juli in naam van de Engelse regering dat zijn land in geval een Duitse provocatie aan de kant van Frankrijk in de oorlog zullen stappen.


De regeringen in Londen en Parijs waren klaarblijkelijk in 1904 - zonder medeweten van de regering in Berlijn -  met elkaar overeengekomen dat Marokko Frans interessegebied was en dat Engeland in ruil daarvoor de vrije hand kreeg in Egypte en Sudan. Hiermee werden de Duitse handels- en bergbouw-rechten in Marokko ondermijnd. Maar een strijd tussen de Fransen en de Duitsers om een paar Duitse rechten en het verschijnen van een klein schip wat bestemd was voor koloniale diensten (kustwacht etc) waren op zich geen reden om met oorlog te dreigen. Het belang van Engeland was om Frankrijk, als tegenkracht tegen Duitsland sterk te maken en het ging om een ernstig gemeende waarschuwing dat Duitse rivaliteit bij volgende incidenten met oorlog opgelost zou worden.


4. Duitsland trekt conclusie

In Duitsland begreep geen mens dat de opkomst van een natie wat betreft handel en industrie een rede voor oorlog zou kunnen zijn. Ook crises zoals de beiden om Marokko, waarbij Duitsland alleen maar probeerde iets van het laatste stukje koloniale koek af te snoepen, lieten bij de Duitsers geen gevoel van Duitse schuld achter. Zij proefden hooguit de vrees zich in de wereld te isoleren. Tenslotte had het Duitse rijk - in tegenstelling tot Britse de afgelopen 20 jaar - geen enkel blank volk aangevallen en hun enige kolonie uit gejaagd.


Marokko crisis

 
Aanloop
WO2aanloop_WO2.html
 
Gerd Schultze RhonhofGerd_Schultze_Rhonhof.html
QuizQuiz_WO2.html
Voor-geschiedenisVoorgeschiedenis_WO2.html
SamenvattingSamenvatting.html
Rel. Duitsland
Gr.Brit.Relatie_GB-D.html
Rel. Duitsland
FrankrijkRelatie_F-D.html
Akte van Madrid 1880
Bagdag SpoorlijnBagdad-spoorweg.html
Sarajevo 1914Sarajevo_1914.html
Verdrag van VersaillesVersailles.html
SaargebiedSaargebied.html
RijnlandRijnland.html
Anschluss OostenrijkAnschluss_Oostenrijk.html
SudetenlandSudetenland.html
TsjechiëTsjechie.html
MemellandMemelland.html
Economie interbellumEconomie_interbellum.html
Herbewapeningherbewapening.html
Minderheden PolenMinderheden_Polen_interbellum.html
Politiek PolenPolitiek_Polen_interbellum.html
Rel. Duitsland Polen ’18-’39Relatie_Polen_Duitsland.html
DanzigDanzig_1939.html
Hitler-Stalin PaktHitler-Stalin-pakt.html
1 september 19391_september_1939.html
Plan Hitler
1939Plan_Hitler_1939.html
Hitler of RooseveltRoosevelt.html
VideoYouTube.html
Links & VerwijzingenLinks_en_verwijzingen.html
ContactContact.html